Begin 2019 dreigt de Islamitische Staat (ook Daesh genoemd) definitief militair verslagen te zijn. Daar veel strijders en hun aanhang uit diverse landen afkomstig zijn, dringen de volgende vragen zich steeds nadrukkelijker op.

Wat moet er met hen gebeuren, voor zover ze nog in leven zijn? Wat zijn de consequenties voor de Nederlandse samenleving? Moeten terugkeerders sowieso worden toegelaten tot Nederland? En zo ja, hoe moet met hen worden omgegaan?

Er is een nieuwe situatie opgetreden omdat de VS en de Koerden dreigen de door hen gevangengenomen IS-strijders vrij te laten wanneer de landen van herkomst ze niet weg/ophalen. Binnen de VS, Frankrijk, Duitsland en België schijnen plannen te bestaan om uitreizigers naar IS van destijds en/of hun kinderen terug te halen of te laten keren.

Om zicht op deze materie te krijgen, komen achtereenvolgens aan de orde:

  1. Overzicht van degenen die zijn uitgereisd.
  2. Het totaal aantal IS-gangers en het Nederlandse aandeel daarin.
  3. Het aantal gesneuvelde IS-gangers afkomstig uit Nederland en een schatting van het totaal aantal gesneuvelde IS-gangers.
  4. Het aantal Nederlandse IS-gangers in Amerikaanse, Koerdische of Irakese gevangenschap.
  5. Een schatting van het aantal ‘verdwenen’ IS-gangers.
  6. Teruggekeerden.
  7. Terugkerende of teruggekeerde kinderen.
  8. Mogelijke terugkeerders.

Overzicht van de uitreizigers


Er zijn ruim 200 mannen en 100 vrouwen uitgereisd. De meeste vrouwen hebben hun mannelijke partner daarin gevolgd. Er zijn zo’n 175 kinderen in IS. Twee derde is er geboren. Minder dan 10% is ouder dan 9 jaar. Er kan van uitgegaan worden dat de mannen door IS militair getraind zijn en als strijder zijn ingezet. Bij vrouwen zal dat in beduidend mindere mate het geval zijn. Uitzonderingen zijn mogelijk.

Het aantal mensen bij IS en het Nederlandse aandeel daarin


Volgens Amerikaanse bronnen wordt het aantal mannen en vrouwen bij IS geschat op 50.000 tot 60.000 personen. Daarvan zijn uit West Europa vijf- à zesduizend afkomstig. De Nederlandse bijdrage aan de IS strijdmacht bedraagt ruim 300.

Het aantal gesneuvelden

Van de Nederlandse uitreizigers zijn inmiddels 85 gesneuveld (1). Dat is zo’n 25%. Ervan uitgaande dat dit percentage voor de gehele populatie IS-gangers geldt, betekent het dat tussen de 12.500 en 15.000 personen gesneuveld zijn. Dus zouden tussen de 37.500 en 45.000 nog in leven zijn.

Daarbij moet wel in acht worden genomen, dat de mogelijkheid ook bestaat dat er meer strijders zijn omgekomen. Anderzijds kunnen strijders ook ten onrechte zijn opgegeven als gesneuveld om hen daarmee een dekmantel te geven voor elders opereren. Dan wel om internering te vermijden.

Omgekomen strijders kunnen als martelaren worden beschouwd en zo een inspiratiebron voor sympathisanten en andere/potentiële strijders vormen. (Talleyrand heeft reeds lang geleden gezegd: “hoed u voor de martelaren“.)

Het aantal Nederlandse IS gangers in Amerikaanse, Koerdische of Irakese gevangenschap

Volgens Koerdische bronnen houden de Koerden ongeveer 900 mannelijke buitenlandse strijders en 4.000 vrouwen en kinderen vast in gevangenschap.

Te midden van hen zijn vier Nederlandse mannen, acht vrouwen en vijftien kinderen. Vier van hen worden verdacht van betrokkenheid bij IS. Het gaat om twee vrouwen en twee mannen. De vrouwen hebben een Nederlands-Marokkaanse achtergrond. Van de mannen is er een Nederlander, die oorspronkelijk uit Irak komt (2).

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat er nog enkele IS-strijders in Turkije en Irak gevangen zitten. Dit betreft waarschijnlijk geen grote aantallen

Een schatting van het aantal verdwenen personen

Van het totaal aantal IS- gangers zouden tussen de 12.500 en 15.000 gesneuveld zijn en zitten er ruim 900 gevangen. Dit betekent dat tussen de 20.000 en 30. 000 IS-gangers verdwenen zijn.

Voor Nederland zouden dit mogelijkerwijs zo’n 170 IS-strijders kunnen zijn (3). Een deel daarvan kan zich in Idlib in Noord-Syrië of in gevangenschap in Turkije of Irak bevinden. Maar, het betekent ook dat van een aanzienlijk aantal IS-strijders het onbekend is waar ze verblijven.

Teruggekeerden

Er zijn reeds 55 IS-gangers naar Nederland teruggekeerd, zowel mannen als vrouwen. Meer dan tien mannen zijn geïnterneerd op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie. Naast de recent teruggekeerden zijn er ongeveer dertig mannen en vrouwen die niet of slechts korte tijd hebben vastgezeten.

Teruggekeerden en terugkerende kinderen

Naast bovengenoemde volwassen personen zijn er ook kinderen naar Nederland teruggekeerd. Zij zijn ondergebracht bij familie of bij een pleeggezin. Hun aantal is onbekend.

In het ‘IS strijdgebied ‘ zijn in totaal zo’n 175 Nederlandse kinderen. Kinderen vanaf 9 jaar al worden door de AIVD tot de IS-uitreizigers beschouwd. De dienst acht hen in staat tot het uitvoeren van gevechtshandelingen. Het aantal 9-plussers wordt geschat op ongeveer 25 (4).

Mogelijke terugkeer

  1.  Algemeen.

Tot nu toe staat de Nederlandse overheid niet erg open voor maatregelen die de terugkeer van IS-strijders en hun aanhang bevorderen. Personen die willen terugkeren, moeten zich begeven naar een Nederlandse ambassade of consulaat en zich daar aanmelden. Daarna kunnen ze worden overgebracht naar Nederland ter berechting.

De situatie van Nederlandse IS-gangers en hun kinderen dreigt echter onbeheersbaar te worden, als de VS en de Koerden de door hen gevangen genomen IS-strijders vrij laten, ingeval de  herkomstlanden deze IS-gangers niet terugnemen.

Achtereenvolgens zal worden ingegaan op de terugkeer van de:

  •  kinderen,
  •  vrouwen,
  • mannelijke IS-strijders

Kinderen

Het aantal Nederlandse kinderen in IS gebied bedraagt zo’n 175. Ongeveer 150 zijn jonger dan negen jaar. Een deel van de kinderen is destijds met een of beide ouders uitgereisd naar IS-gebied. Een ander deel is daar geboren.

Wellicht met uitzondering van de zeer jonge kinderen, is de rest blootgesteld aan IS-indoctrinatie, – militaire training,
IS-wreedheden en de angst en wanorde die gevechtshandelingen met zich meebrengen. Hun ‘mindset’ en ervaringen sluiten niet aan bij wat in onze Nederlandse maatschappij wenselijk wordt geacht.

Bij kinderen ouder dan negen jaar moet een verdere IS-indoctrinatie en
IS-gedachten of beeldvervorming worden verwacht.

Nu de vraag: moeten IS-kinderen hier in Nederland worden opgenomen?

Daar die kinderen niet uit vrije wil vanuit Nederland vertrokken zijn en er voor hen daar geen alternatief bestond, dan zich aan de IS-waarden en normen aan te passen, kan men hen moeilijk bestraffen voor wat daar gebeurd is. Dit hoeft echter niet in te houden, dat er ten aanzien van hen geen specifieke maatregelen moeten worden getroffen bij en na terugkeer.

Socialisatie van deze kinderen zal een behoorlijke inspanning van de Nederlandse overheid en van de Nederlandse maatschappij vergen. Daarbij zal een niet vrijblijvende, op maat gesneden, goed gecoördineerde aanpak nodig zijn. Zo’n aanpak zal van kind tot kind kunnen variëren. Monitoring van die kinderen zal uiterst zorgvuldig en langdurig moeten plaats vinden, voordat kan worden geconcludeerd dat er geen sprake meer is van verval tot zogenaamd ‘IS-gedrag’.

Pas na zo’n verklaring, zou de aanpak beëindigd kunnen worden. Met andere woorden er zal nog een tijdlang (hoe lang is nu nog niet in te schatten) sprake zijn van ‘gelabelde IS-kinderen’ in Nederland.

Vrouwen

Vrouwen zijn uitgereisd naar IS om een veelheid van redenen. De belangrijkste daarvan lijken: naïviteit, volgen van de mannelijke partner, steunen van het verzet tegen Assad in Syrië, bestrijden van de Sjiitische onderdrukking in Irak, volledig onderschrijven van de IS–ideologie, willen realiseren van die ideologie in de praktijk en haat tegen het Westen. Ook tal van combinaties van hiervoor genoemde redenen kunnen een rol hebben gespeeld.

Tijdens hun verblijf bij en in IS, zal indoctrinatie van de vrouwen ongetwijfeld verder vorm hebben gekregen.

Een groot aantal vrouwen zal belast zijn geweest met de verzorging van mannelijke partners en kinderen. Er schijnen ook indicaties te zijn dat vrouwen getraind zijn in het hanteren en gebruiken van wapens. In hoeverre vrouwen betrokken zijn geweest bij wreedheden is onbekend.

Behalve met de effecten van indoctrinatie zijn vrouwen ook geconfronteerd met de verschrikkingen van de oorlog. Waarbij de angst voor hun kinderen  voor zover van toepassing, ook een rol zal hebben gespeeld. Symptomen van zogenaamde post-traumatische stress zullen ongetwijfeld bij hen aanwezig zijn.

De vraag is of Nederlandse vrouwen terug moeten (worden gehaald). Het antwoord is niet eenduidig. Een mening is: dit niet mag gebeuren omdat ze willens en wetens naar IS-gebied zijn vertrokken. De vraag is of dat zo is.

Soms worden (spontaan?) beslissingen genomen waarvan men de consequenties niet heeft (kunnen) overzien. Als er geen wreedheden zijn begaan en er niet is deelgenomen aan gevechtshandelingen, kan clementie worden geboden.

Dat betekent evenwel dat er een niet vrijblijvend op maat gesneden socialisatie- en monitorproject voor hen op maat wordt ontwikkeld. Dat reeds begint zodra men voet op Nederlandse bodem zet.

En dat al tijdens gevangenschap, mocht er voldoende bewijs tegen hen zijn. Net als bij de IS-kinderen zal hier sprake moeten zijn van ‘gelabelde IS- vrouwen’ totdat er sprake is van geen verval meer tot IS-gedrag.

Mannen

Net als bij de vrouwen, zijn mannen om een veelheid van redenen naar IS gebied gegaan. Naïviteit, ondersteunen van het verzet tegen Assad in Syrië,  de onderdrukking van de Soennieten in Irak, onderschrijven van de IS-ideologie en de haat tegen het Westen.

Het zijn vooral jonge mannen die zijn uitgereisd. Zij hebben in IS-gebied een militaire training ontvangen. De meesten zullen zijn ingezet in de strijd daar en mogelijk ook betrokken geweest bij wreedheden. Voor zover ze actief hebben deelgenomen aan gevechten – en dat zijn waarschijnlijk de meesten – zijn het geharde strijders.

Een gedeelte zal mogelijk gedemoraliseerd zijn door de verloren strijd. Dat kan misschien tot een ander visie hebben geleid en zelfs tot verwerping van de IS-ideologie. Anderzijds kan de reactie zijn: een versterking van de IS-ideologie bij hen waarbij de blaam van de nederlaag op de ‘louche’ vijand wordt gelegd.

Een deel van deze mannen zal de wens hebben terug te keren naar hun land van herkomst. Voor de volledig ge-demoraliseerden die de IS-ideologie hebben afgezworen, zal dat zijn om na hun straf een nieuw leven te beginnen. 

De “die-hards”, daarentegen, zullen willen terugkeren om te zijner tijd hun  gewapende activiteiten in hun thuisland of elders voort te zetten. Teruggekomen zullen zij waarschijnlijk, bij voldoende bewijs, een gevangenisstraf  krijgen. Dit zal echter maar voor redelijke korte duur zijn. Daarmee is het gevaar voor de samenleving dan niet noodzakelijkerwijs geweken. Gezien dat gevaar zou de straf gecombineerd moeten worden met een soort TBS.

In geval van onvoldoende bewijs zou tevens overwogen kunnen/moeten worden een vorm van administratieve detentie op te leggen met een voortdurende monitoring van verblijfplaats, omgang en gedrag. Zo’n maatregel zou als duur moeten hebben totdat het gevaar van IS-gedrag/ aanslagen plegen geweken is. Ook hier zou eenzelfde IS-labeling en opheffing van labeling van toepassing moeten zijn als bij de IS-kinderen en vrouwen.

NB: Teruggekeerde IS-aanhangers hebben er belang bij een minimale straf te krijgen. Zij zullen daarom stellen dat ze geen wreedheden hebben begaan en/of dat ze geen onschuldigen hebben gedood.

Bij dit laatste verweer, kan onmiddellijk de vraag worden gesteld: wie bepaalt en op basis waarvan dat iemand in IS-gebied schuldig is en dus bij schuldig verklaring gedood mag worden? Wie zijn die schuldigen?

Bewijsmateriaal tegen IS-strijders is in IS-gebied en ook in Nederland moeilijk te krijgen. Vandaar het pleidooi voor een vorm van administratieve detentie voor teruggekeerde IS-gangers ter beheersing van mogelijk gevaar voor de Nederlandse samenleving.

Een deel van de strijders zal zich niet aanmelden voor terugkeer. Dat wil echter niet zeggen dat ze niet terugkeren. Een aantal zal terugkeren onder een andere identiteit deels om een ‘ongestoord’ nieuw leven op te bouwen, deels om hun IS-activiteiten in hun land van herkomst of omringende landen voort te zetten. Deze categorie zal als zeer gevaarlijk moeten worden aangemerkt.

Natuurlijk zullen de hiervoor door ons bepleite ‘IS-overheidsmaatregelen’ door de onafhankelijke rechter moeten kunnen worden getoetst aan de beginselen van behoorlijk bestuur.

Met andere woorden, de besluiten moeten door de onafhankelijke rechter als rechtmatig, subsidiair, proportioneel en effectief worden beoordeeld.

Zo houden we onze rechtstaat in stand.

Drs. H.G. Wassenberg,

Voorzitter van het bestuur van de stichting Naas

Meer weten over Naas en onze dienstverlening?
Vragen? Laat het ons weten, neem contact met ons op.


Bronverwijzingen:

1. NRC, 24 02 2019: Nederlandse IS –strijders, waar zijn ze?

2. NRC, idem.

3. NRC, idem.

4. NRC, idem.

5. Publicaties in Trouw over IS-gangers.

6. Gesprekken met familieleden van IS-gangers.

7. Gesprekken met bestuursleden van de stichting NAAS.

Eerdere artikelen: Jihadstrijders en terugkeerders; psychische schade en problematiek en De jongen die tegen IS strijdt; Mitten unter Uns.