Jihadstrijders en terugkeerders

Het bestuur van NAAS vind dat je dat duidelijk moet maken, dat het vertrekken naar Syrië en Irak als strijder je in een situatie gaat brengen waar je enorme psychische schade gaat oplopen. Ook vind NAAS, dat je niet voorbij kunt gaan aan de problematiek van terugkeerders. Daarover willen we met dit artikel meer inzicht geven en de dialoog aangaan of adviezen verstrekken.

De oorsprong

Toen in Irak de Amerikanen het regime van Sadam Houssein beëindigden, vond er een revolutie plaats. De Soennitische bevolking  waaruit de elite geleid door Sadam is ontstaan, veranderde in een onderworpen minderheid in het in meerderheid Sjiitische Irak. Laatstgenoemden gingen de lakens uitdelen en er werd wraak genomen op de vroegere Soennitische bovenlaag. De ontslagen officieren van Sadam verenigden zich in het verzet tegen de nieuwe machthebbers (de Sjiieten). Aanvankelijk middels door Al Qaida geleide groepen. Later is hieruit de Islamitische Staat ISIS oftewel Daesh ontstaan.

In Syrië begon in 2012 een opstand tegen de onderdrukking door de Alawitische heerser Assad en zijn elite. Als snel deden aan die opstand ook extremistische groepen mee, zoals bijvoorbeeld Al Qaida en het daarmee verwante Al Nusra. Nadat Daesh (ISIS) in Irak vorm en inhoud had gekregen breidde het zich uit naar Syrië.

Deze beide ontwikkelingen hadden een grote zuigkracht op vooral Soennitische jongeren en westerse bekeerlingen die Daesh wilden ondersteunen door daar werkelijk mee te vechten. De  volgende tabellen geven een overzicht van de ontwikkeling van het aantal mensen dat vertrokken is van af 2012.

1.Overzicht totaal aantal uitreizigers per jaar
Totaal        
c.a. 20 100 90 60 10 10 290
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

 

2. Overzicht totaal aantal mannelijke uitreizigers per jaar
Totaal       
c.a. 20 80 50 45 5 200
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

 

3. Overzicht van het aantal vrouwelijke uitreizigers per jaar
Totaal      
c.a. 20 40 15 15 10 100
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

 

4. Aantal personen die zijn teruggekeerd per jaar
Totaal      
c.a. 20 10 10 10 50
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

 

4. Aantal omgekomen uitreizigers per jaar
Totaal
c.a. 20 15 10 5 10 60
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

 

5. Aantal terugkeerders
Totaal      
c.a. 20 10 15 5 50
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

NB: opgemerkt wordt het volgende:

  • De cijfers zijn niet exact maar geven in de meeste gevallen een verstandige schatting aan; bovendien bestaat de mogelijkheid dat mensen naar Daesh zijn vertrokken zonder dat anderen – met uitzondering van een zeer beperkte kring – daar weet van hebben.
  • Aangenomen moet worden dat een onbekend aantal personen ook zijn  uitgereisd  of teruggekeerd van wie dit  zeker officieel niet bekend is.
  • Deze gegeven zijn ontleend aan de NRC van 6 februari 2018.
  • Aanvankelijk zijn mensen ook uitgereisd naar andere strijdgroepen zoals Al Nusra.

Samenstelling strijders

Onderstaande staafdiagrammen zijn afkomstig uit een onderzoek dat zich baseert op gegevens verzameld voor 2015 (6).

Staafdiagram uitreizigers Syrië Irak

Staafdiagram uitreizigers Syrië Irak

De staafdiagrammen geven de leeftijdsverdeling van 84 personen weer die in de periode van het onderzoek naar Syrië en/of Irak zijn vertrokken.

Het gros is tussen de 19 en 25 jaar oud bij vertrek. De jongste is 15 en de oudste 42. De vrouwen zijn gemiddeld drie en een half jaar jonger dan de mannen. Het totaal aantal vrouwen in het onderzoek bedraagt 29. Verschillende vrouwen zijn zelfs nog minderjarig. Het grootste deel is islamitisch gehuwd. 19 van hen hebben kinderen. 80% van de uitreizigers is geboren in Nederland. 44% van hen bezit (ook) de Marokkaanse nationaliteit, 12% de Turkse en 8% de Somalische nationaliteit. Allen zijn nakomelingen van tweede en derde generatie immigranten. 21% is van autochtone Nederlandse origine. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek niet betrekking heeft op alle jihadisten t/m 2018 en kan daarom ook niet als representatief worden gezien. Het verschaft hoogstens enkele indicaties die in een bepaalde richting wijzen. (1)

Uit een publicatie van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) blijkt dat er te midden van degenen die naar Daesh vertrokken, er 175 kinderen zijn. Twee derde is in het strijdgebied geboren. Minder dan 10% is ouder dan 9 jaar.  Personen die jonger zijn dan 9 jaar worden door de AIVD niet als jihadist in de zin van strijder of ondersteuner van Daesh geteld. Zij die ouder dan 9 zijn, wel. Zij zouden veelal een gevechtstraining hebben gehad. Het is niet waarschijnlijk dat meisjes een dergelijke training hebben ondergaan. Een derde van de kinderen is tijdens het verblijf bij Daesh geboren. Meer dan 10 kinderen zijn met hun ouders teruggekeerd naar Nederland.

De VN spreken over ongeveer 362 gevallen waarin kinderen zijn sinds april 2016 gebruikt of gerekruteerd door Daesh als kindsoldaat in de oorlog (2). Van de 362 gevallen waren er 274 gerekruteerd door Daesh. Meer dan de helft van de kinderen zijn jonger dan 15 jaar waarbij kinderen van af 7 jaar mogelijk gevangen worden gehouden, gemarteld of omgekocht worden om zich bij het verzet aan te sluiten (3). Tevens wordt er gesproken van seksuele handelingen verricht op de kinderen. Gedurende de oorlog kunnen Syrische kinderen agressief en gewelddadig reageren vanwege de vijandigheden die ze hebben meegemaakt (4).

Voor degenen die zijn uitgereisd en hebben deelgenomen aan gevechtshandelingen, was dit niet alleen beperkt tot Irak en Syrië maar troffen zij door terroristische aanslagen ook de rest van de wereld. Het gevolg was dat andere landen zich met de oorlog in Syrië en Irak gingen bemoeien. Aanvankelijk door het verstrekken van adviezen en trainingen. Later mede door het leveren van wapens. Dit leidde vervolgens tot verdere terroristische aanslagen in het buitenland en uiteindelijk tot interventie van buitenlandse krijgsmachten in Syrië en Irak. Uiteindelijk gelukte het de strijdkrachten van Irak, Syrië samen met buitenlandse militaire eenheden Daesh militair gezien te vernietigen. Met als gevolg dat een aantal buitenlandse Daesh-strijders op de vlucht zijn geslagen. Een gedeelte van hen zal ongetwijfeld proberen terug te keren naar het land van waaruit ze ooit vertrokken zijn.

Doel en opzet van dit stuk

Het doel van dit stuk is een beschrijving te geven van met name gedragskenmerken van Daesh strijders die terugkeren. In deze opzet worden de volgende onderwerpen aan de orde gesteld:

    • Begrippen als jihad (jihadisme), radicaal (radicalisering), terreur (terrorisme), alsmede enkele verwante kenmerken.
    • Motieven om zich te voegen bij Daesh.
    • Overige kenmerken van degenen die naar Daesh vertrokken zijn
    • Reacties op massaal militair ingrijpen.
    • Gedragskenmerken van terugkeerders.

Begrippen

In berichten over degenen die zich bij Daesh hebben gevoegd of op het punt staan zich daarbij te voegen, worden allerlei begrippen gebruikt zoals  jihadist, radicaal en terrorist. Deze zullen in het kort beschreven worden. Daarnaast zal worden ingegaan op een aantal daarmee samenhangende begrippen.

Het begrip jihad wordt in de islam gebruikt in twee verschillende betekenissen:

        • Strijden tegen het kwaad in de eigen persoon teneinde een goed mens te zijn en te blijven.
        • Strijden tegen onrecht en onrechtvaardigheid buiten de persoon zelf, om recht te bevorderen en om dit recht te beschermen.

In deze zin opgevat heeft jihad op zich niets te maken met radicalisering en terrorisme. Het begrip jihad wordt door extremistische islamitische partijen misbruikt in de zin van rechtvaardiging van terrorisme, wreedheden en onderdrukking (5).

Radicaal betekent geneigd tot consequent diep ingrijpende hervormingen van een stelsel of partij (6). De Daesh-strijders zijn radicaal in de zin van geneigdheid tot het consequent doorvoeren van hun gedachten en daarmee een wijziging van een systeem, een samenleving bewerkstelligen.

Terrorisme betreft het plegen van gewelddadige (individuele of collectieve) aanslagen, gijzelingen, verwoestingen ter demoralisering van de bevolking om een politiek doel te bereiken. De Daesh-strijders hebben duidelijk blijk gegeven van terrorisme in deze zin (7).

Daarnaast spelen andere begrippen nog een grote rol:

Salafisme is een beweging die gebaseerd is op en geïnspireerd is door de eerste generatie moslims uit de beginperiode van de islam. Alleen de Koran zelf, de uitspraken van de profeet Mohammed, de Hadith en de uitspraken van Sahaba – de metgezellen van Mohammed – worden door hen als gezaghebbend beschouwd. Deze stroming is puriteins in de zin dat  ze strikte naleving van de wetten en voorschriften uit de beginperiode van de islam voor ogen heeft en in de praktijk brengt (8).  Echter, niet alle salafisten zijn betrokken bij terrorisme.

Extreem betekent tot het uiterste gaan. Extremisme is het gaan tot en met uiterste consequenties (9).  Het extremisme behelst een specifiek type houding  (actie- dan wel handelingsbereidheid.)

Samenvatting.

Het beeld van de Daesh-strijder omvat elementen uit:

        • Radicalisme;
        • Terrorisme;
        • Salafisme;
        • Extremisme.

Motieven

Achtergrond.

Onze samenleving legt een sterke nadruk op kwantiteit. In casu, hogere productie, meer geld, hoger of lager percentage. enzovoorts. Hierdoor komen kwalitatieve waarden en doelstellingen nogal in de verdrukking. Kwalitatieve waarden en doelen betreffen begrippen als goed, mooi, rechtvaardig, eerlijk enzovoorts.

Daar mensen over het algemeen streven naar integratie van kwaliteit en kwantiteit, kan deze minder gemakkelijk gerealiseerd worden. Dit leidt bij sommige mensen tot vervreemding. Een aantal van hen gaat zijn heil in een andere richting zoeken: zich terugtrekken uit de samenleving, of nieuwe meer kwalitatieve doelen en waarden zoeken en trachten die te realiseren (10).

De hedendaagse westerse samenleving is zeer complex. Daarnaast zijn allerlei ontwikkelingen en veranderingen gaande. Onduidelijk is waar dit allemaal toe moet leiden. bij veel mensen schept dat onzekerheid over hen zelf, hun werk, hun omgeving en hun toekomst.

Moslim-jongeren in Nederland groeien op in beide culturen. Op school en op het werk heerst meer het individualisme en thuis is het meer allen voor één. Ze bevinden zich in een spanningsveld dat kan leiden tot onzekerheid en vervreemding naar beide kanten.

Motieven.

Er zijn moslims die zich gediscrimineerd voelen bij het zoeken naar een goede opleiding, bij het zoeken naar werk, door de behandeling op het werk en bejegening in de samenleving, door grievende informatie en beledigingen in de media, door een politiek van de dubbele moraal ten aanzien van moslim-landen.

Naast deze gevoelens, geboren uit frustratie, zullen bij sommigen ook gevoelens leven mensen te willen helpen met wie men zich verwant voelt, mensen die zich in een noodsituatie bevinden of onderdrukt worden.

Welke gevoelens een doorslaggevende rol spelen is moeilijk te achterhalen. Vaak is het pas heel laat duidelijk geworden, wanneer eenmaal de keus is gemaakt om naar Syrië of Irak te gaan. En is het moeilijk te achterhalen wat vóór de keuze gespeeld heeft. Bij personen die vertrokken zijn of terugkeren spelen bovendien processen als verstoorde herinnering en rechtvaardiging achteraf. Meestal is niet slechts één motief van belang en doorslaggevend, maar is dat een heel complex van motieven.

Gedreven door deze gevoelens en motieven ontstaat een zoekgedrag dat zowel gericht is op het ontwikkelen van een nieuw beeld op de wereld als op die van de persoon zelf. Een gedeelte van deze ‘zoekers“ komt in aanraking met personen die zeer sympathiek staan ten opzichte van Daesh en/of ronselaars van Daesh.

In eerste instantie worden de ‘zoekers‘ met veel begrip ontvangen. Langzamerhand begint daarna beïnvloeding naar de waarden van Daesh en vindt een vermindering van de contacten met de oude achterban plaats. Bovendien vindt groepsbeïnvloeding plaats. Daarbij wordt de kandidaat in een groep geplaatst met personen die reeds verder gevorderd zijn in de Daesh-gedachten. Tevens wordt onder andere het idee geschapen dat zij – de zoekers – in moreel opzicht superieur zijn, maar bedreigd worden door inferieure andersdenkenden. De andersdenkenden moeten daarom worden uitgeschakeld. Dan wel moet minstens hun invloed worden geminimaliseerd en vernietigd. Het resultaat van dit indoctrinatieproces is dat de denk-, gevoels- en handelingswereld extreem positief op Daesh en extreem negatief op alles wat zich daarbuiten bevindt en anders is. Uiteindelijk gaat er een haat ontstaan tegen alles wat anders is dan de Daesh-wereld. Vooral mensen die een geringe tolerantie van onzekerheid hebben, zijn vatbaar voor deze benadering (11). Wanneer de zoeker op deze wijze voldoende geïndoctrineerd is, gaat hij/zij via de Daesh-kanalen naar Syrië of Irak.

Daar wordt de indoctrinatie voorgezet  waarbij de contacten met de buitenwereld verder geminimaliseerd worden. Er volgt een militaire training waarbij grote aandacht wordt besteed aan het verdragen van pijn en uitputting. Ook worden de rekruten gehard op het terrein van begaan van wreedheden. Verschillende documentaires die o.a. op de Nederlandse, Belgische en Duitse tv zijn vertoond, laten dat duidelijk zien.

Overige kenmerken van degenen die naar Daesh vertrokken zijn

Het overgrote deel van de mensen die naar ISIS zijn vertrokken zijn mannen. In een aantal gevallen hebben hun vrouwelijke partners hen begeleid.

Daarbij doen zich de volgende mogelijkheden voor:

        • Beide partners zijn gelijktijdig geïndoctrineerd voorafgaande aan het vertrek;
        • De man is het eerst geïndoctrineerd en heeft vervolgens zijn partner geïndoctrineerd of laten indoctrineren’
        • De vrouwelijke partner heeft de man geïndoctrineerd of laten indoctrineren;

Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de vrouwelijke partner zonder gedegen indoctrinatie gevolgd is, bij zijn gang naar ISIS.

Tot slot bestaat de mogelijkheid dat vrouwen zonder relatie met een mannelijke partner vertrokken zijn naar ISIS-gebied.

Naast vrouwen zijn ook kinderen samen met hun moeder naar Daesh vertrokken en of hebben zij kinderen gekregen in de Islamitische staat. Bij zeer jonge kinderen zal de indoctrinatie beperkt zijn. Wat oudere kinderen zullen wel onderworpen zijn aan de indoctrinatie en training door Daesh.

Reacties op militair ingrijpen tegen Daesh

Daesh wist snel Noord Irak te veroveren. De Iraakse troepen waren slecht getraind en het moreel was laag. Zij deserteerden massaal met achterlating van het materieel bij een confrontatie met Daesh-troepen die daarvan handig gebruik maakten. Het kalifaat werd in Mosul uitgeroepen. Vervolgens viel Daesh, Syrië binnen en bezette het noord-oostelijk deel van het land. Syrië was een gemakkelijke prooi gezien de chaos die er al heerste en de verschillende strijdgroepen die naast het regime ook elkaar bestreden. Het succes van Daesh versterkte het moreel van de strijders en vergrootte de aantrekkingskracht voor ‘zoekers‘ in de rest van de wereld. Dit vormde een uitstekende bodem voor rekrutering.

De successen die ze boekten, vergrootten ook het superioriteitsgevoel van de Daesh-strijders ten opzichte van andersdenkenden. Deze werden vernederd, gemarteld en gedood, als zijnde een inferieur soort. Dit had een afschrikkingseffect voor degenen die onderdrukt werden. Aan de andere kant verhoogde het ook, het prestige binnen Daesh en versterkte het de binding met Daesh.

Daesh bezat moderne wapens die het had buitgemaakt  op de Iraakse troepen met name bij de verovering van Mosul. Het betrof hoofdzakelijk Amerikaans materieel. Ze bezaten tanks, enige artillerie stukken, lichte en zware mitrailleurs en voertuigen.

Als gevolg van de activiteiten van Daesh in de regio Irak- Syrië en elders in de wereld, gingen tegenkrachten zich bundelen om een einde te maken aan het bestaan van Daesh. In Irak gingen de Iraakse strijdkrachten, tezamen met de Koerdische troepen alsmede diverse NATO-bondgenoten acties tegen Daesh ondernemen. In Syrië vochten NATO-bondgenoten en Koerdische troepen enerzijds en Russische en Syrische strijdkrachten anderzijds tegen Daesh. Deze strijdkrachten beschikken over zwaar en geavanceerd materieel: tanks, lichte en zware artillerie, jachtvliegtuigen, bommenwerpers, vliegtuigen die het elektronisch berichtenverkeer in een gebied onmogelijk kunnen maken, transport- en gevechtshelikopters, drones voor verkenning en drones waarmee missiles kunnen worden afgevuurd, mogelijkheden om het gehele elektronische dataverkeer af te luisteren enzovoorts.

Er vonden bombardementen en artilleriebeschietingen plaats welke tot doel hadden commando- en verbindingscentrales uit te schakelen. Gevechtshelikopters schakelden vijandige tanks, voertuigen, commando- en verbindingscentrales en ook vijandige troepen uit. Zeker wanneer deze gevechten in gebieden met sterke bevolkingsconcentraties plaatsvonden en/of wanneer Daesh burgers als menselijk schild gebruikten, vielen er burger doden. Bepaalde strijdkrachten behorende tot de coalitie tegen Daesh, trachtten Daesh te verzwakken door Daesh-strijders die ze tegenkwamen te liquideren zodat in de toekomst geen gevaar van hen meer te verwachten was.

Militairen die deelnemen aan gevechten vinden “War is a hell” (11).

In die ‘hell-situaties’ wordt de militair geconfronteerd met een geweldig kabaal, veroorzaakt door bombardementen, beschietingen, vliegtuigen, met stof, met modder, met continu op de hoede zijn, met vermoeidheid en soms met uitputting, met opereren in het donker en onder elk weertype, met voortdurend gevaar, met verwarring als gevolg van onjuiste of onvolledige informatie, met verwondingen en met sneuvelen van kameraden.

Al deze ervaringen kunnen een verstoring van de persoonlijkheid van Daesh-strijders met zich meebrengen. Het is algemeen bekend dat bij de eerste gevechtshandelingen ongeveer 20% van de strijders last krijgt van psychische problemen. Of deze blijvend zijn, hangt af van de context waarin de strijder zich bevindt. Maakt hij deel uit van een hechte groep dan worden deze tamelijk ‘gemakkelijk’ opgelost. Bij geïsoleerde strijders of personen die aan de rand van een groep leven, is de kans op voortbestaan van de problemen het grootst (12). Ook de wijze van leiding geven van de commandant is hierop van invloed. Een commandant die deze problemen aanvoelt en door briefings en gesprekken helderheid verschaft, kan veel aan de oplossing van de psychische problemen bijdragen.

Daarnaast blijkt bij veel militairen die in oorlogssituaties gevochten hebben een soort ‘sleeper effect‘ op te treden. Nadat de gevechtshandelingen zijn beëindigd, neemt de militair zijn normale werkzaamheden weer op. Later, vaak rond de pensioenleeftijd komen de problemen echter plotseling weer naar voren (13).

Het effect van bombardementen op het moreel van de strijders en de bevolking wordt overigens overschat, zoals blijkt uit de studie van Louise E. Hoffman (14).

De bombardementen op Duitse steden en industrie gebieden tijdens de Tweede Wereldoorlog bleken nauwelijks effect te hebben gehad, op het moreel van de bevolking en van de strijdkrachten. Ze hebben daarentegen wel als effect gehad: vernietigingen van de infrastructuur en verbindingen alsmede van de transportmogelijkheden. Ook angst voor dood en verwonding scheen te zijn toegenomen.

We kunnen ervan uitgaan dat met name waar hevige gevechten zijn geweest in Irak en Syrië het aantal psychische problemen bij Daesh-strijders zeker zijn toegenomen.

Hun moreel zal grotendeels echter niet gebroken zijn. Dat betekent met name dat de zwart-wit ideologie van de eigen superioriteit en de minderwaardigheid van de rest ongebroken zal zijn. De vernietiging van Daesh zal beschouwd worden als veroorzaakt door de minderwaardige ‘duivels‘.

Terugkeer

Categorieën.

Een deel van de harde kern van Daesh zal blijven vechten tot ze gedood worden. Een alternatief is er niet voor hen. Op hen wordt gejaagd door sommige strijdkrachten van de coalitie tot de dood er voor de strijders op volgt.

Een  ander deel van deze harde kern zal vluchten naar voor Daesh meer aantrekkelijke gebieden. Van daaruit zal men de strijd voortzetten. Te denken valt aan Afghanistan, Jemen, Filipijnen, De Hoorn van Afrika, de Sahel-streek, Indonesië en Nigeria.

Weer een ander deel zal terugkeren naar het land van waaruit zij oorspronkelijk vertrokken zijn. Daar wacht hen de gevangenis. Na enige tijd zullen ze worden vrijgelaten. Zij kunnen dan mogelijk als slapende cel gaan opereren.

Niet uitgesloten kan worden dat sommige Daesh-strijders tot het inzicht zijn gekomen dat ze het destijds bij het verkeerde einde hebben gehad en/of misleid zijn. Ook deze mensen zullen trachten terug te keren. Deze mensen zijn te vinden in de categorie van strijders die langere tijd geïsoleerd hebben geopereerd, randfiguren in de Daesh-eenheden zijn geweest en/of hen bij wie de indoctrinatie niet geheel geslaagd is.

Deradicalisering

Het zal uitermate moeilijk zijn om de harde kern van Daesh-strijders die terugkeren zich weer aan het normale leven in Nederland te laten aanpassen.

Zij zijn dermate afgesloten geweest van afwijkende informatie dat die informatie na de vlucht uit Syrie-Irak niet door hen geaccepteerd wordt. Temeer  daar deze wordt verstrekt door mensen die zij als minderwaardig en vijandig zien.

In elk geval moet er voor gezorgd worden dat de Daesh-strijders na terugkeer elkaar niet kunnen versterken en ondersteunen. Dat betekent isolatie van elkaar, gezien hun gevaar van de samenleving. Het zal een lang leerproces worden waarbij positief gedrag van hen wordt beloond en negatief gedrag wordt afgestraft.

De groep die beoogt een slapende cel te vormen, zal zich ogenschijnlijk gemakkelijker aanpassen. Zij zijn wat flexibeler en meer berekenend. Ze zullen uiterst moeilijk te detecteren zijn.

De mensen die Daesh niet meer zien zitten en zich misleid voelen, zijn gemakkelijker aan te passen omdat ze zoeken naar een nieuw houvast dat hen door de-radicalisering geboden kan worden.

Bij dit alles moet rekening worden gehouden dat mensen met een Daesh-achtergrond en verleden ernstig gestoord gedrag kunnen vertonen en/of in de toekomst gaan vertonen.

Veiligheid versus behandeling van psychische problemen

Wat betreft de ‘behandeling‘ van de terugkeerders is er sprake van een dilemma.

        • Veiligheid vereist afzondering. Van elkaar gescheiden blijven.
        • Therapie vraagt confrontatie met elkaar (in groepen en individueel). Binnen de groepen van gelijkgestemden voelt men zich met name volkomen begrepen.

Behandeling van de terugkeerders noopt tot deskundige inzet en kennis op het gebied van de islam, deskundigheid op het gebied van gevechtspsychologie en op het gebied van klinische psychologie.

Daarnaast zal na gevangenisstraf en behandeling aandacht moeten worden besteed aan coaching bij terugplaatsing in de samenleving. Zowel op het gebied van maatschappelijk werk, als op het gebied van reclassering.

 

Jamal Aouladm’handissa, Geert Horstmann  en Harry Wassenberg,
bestuur Naas

Meer weten over Naas en onze dienstverlening?

Vragen? Laat het ons weten, neem contact met ons op.

 

Bronvermeldingen
1. R. Bergema en S. Koudijs: Nederlandse jihadisten in Syrië en Irak: een analyse. Internationale Spectator, 10, 2015
2. Uitreizigers, Terugkeerders en Thuisblijvers, AIVD publicatie op Internet
3. Syrian Arab Republic, Office of the Special Representative of the Secretary General for Children and Armed Conflict, 2016
4. B.V. Kingsley: The Effects That War Has on Children and Child Soldiers, Eastern Michigan University, 2017
5. Osama Idries in een e-mail aan de auteur d.d. 20 december 2017.
6. Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Deel Twee J-R, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen, 1984
7. Idem, Deel Drie S-Z
8. Wikipedia onder Salafisme.
9. Van Dale, idem, Deel Een. A-I
10. K. Keniston: The Uncommitted; Alienated Youth in American Society. Dell Publishing 1965. En Young Radicals: Notes on Commited Youth. Harcourt, Brace and World, NY 1968.
11.1. S. Stouffer e.a.Studies in Social Psychology in World War II: The American Soldier. Volume II : Combat and its Aftermath, Princeton University Press, NY, 1949. 11.2 S. Marshall: Men Against Fire: The Problem of Battle Command in Future Wars, Kiterary Licensing, 2011
12.1. R. Gall: A Portrait of the Israeli Soldier, Greenwood Press, 1986. 12.2 B. Shalit: The Psychology of Conflict and Combat, Greenwood, 1988.
12.3. H. Wassenberg: Verslag van een bezoek van twee leden van de Afdeling Gedragswetenschappen aan de Israel Defense Forces. Doc nr;79-04. Ministerie van Defensie.
13. * R. Gal Iden, 1986. * B. Shalit, 1988.
14. L.E. Hoffman: American Psychologists and Wartime Research on Germany, American Psychologist, pp 264 – 273, Februari 1992.